De Arbitragecommissie van de KNVB heeft FC Den Bosch in het gelijk gesteld in een geschil met Anton Evmenov. De technisch adviseur van Kakhi Jordania spande een zaak aan bij de commissie, omdat hij – naar nu blijkt onterecht – recht meende te hebben op salarisbetaling. FC Den Bosch betwistte dat Evmenov bij de club op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is geweest en daarmee de loonvordering. 

FC Den Bosch en Evmenov tekenden op 10 september 2018 een overeenkomst, omdat deze noodzakelijk was voor het aanvragen van de werkvergunning voor Evmenov. Partijen gingen er bij het sluiten van de overeenkomst van uit dat op 1 november 2018, de beoogde ingangsdatum van de overeenkomst, door de KNVB toestemming zou zijn verleend voor de overname van de aandelen van de club door Jordania en dat in navolging daarvan de noodzakelijke vergunningen van de IND zouden zijn verkregen.

Het geschil werd op 11 december 2019 mondeling behandeld in Zeist, waar de Arbitragecommissie onder meer moest beoordelen of tussen FC Den Bosch en Evmenov een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de Arbitragecommissie heeft Evmenov zijn werkzaamheden niet in een arbeidsverhouding met FC Den Bosch verricht. Dat betekent dat Evmenov geen recht op betaling toekomt als door hem gevorderd. Tegen het vonnis van de Arbitragecommissie staat geen beroep open.

Mr. Rob Kleijzen namens de Raad van Commissarissen van FC Den Bosch: “Het is spijtig  dat de beoogde samenwerking met Jordania leidt tot geschillen die voor de rechter of in dit geval de Arbitragecommissie van de KNVB moeten worden uitgevochten. Toch zijn wij blij dat de commissie heeft aangevoeld hoe de situatie ten tijde van Jordania-periode bij FC Den Bosch is geweest en dat zij dit heeft bekrachtigd in haar vonnis. FC Den Bosch is op alle punten in het gelijk gesteld.”