FC Den Bosch is in een strijd verwikkeld geraakt met de afdeling licentiezaken van de KNVB.
Sinds 21 december 2017 is  FC Den Bosch op basis van haar precaire financiële positie ingedeeld in categorie I van het licentiesysteem. Dit betekent onder andere dat de club een plan van aanpak moet aanleveren bij de KNVB waarin staat omschreven hoe de financiële positie wordt verbeterd en de continuïteit van de club wordt gewaarborgd, om zo uiteindelijk uit deze categorie te komen. In september werd het (herziene) plan van aanpak, dat verplicht is bij indeling in deze categorie, goedgekeurd voor het seizoen 2019/2020.
De licentiecommissie heeft aan de goedkeuring zogenoemde ’normstellingen’ verbonden om de doelstelling van het plan van aanpak, het verbeteren van de financiële positie van de club, binnen de in het plan van aanpak genoemde tijdspanne te kunnen realiseren. Volgens deze normstellingen mochten de personeelskosten (totale kosten voor al het personeel van de club, inclusief vakantiegelden, sociale lasten en eventuele bonussen en dergelijke) over het gehele seizoen 2019/2020 maximaal € 2.225.000,– bedragen en moest FC Den Bosch op 31 december 2019 minimaal € 1.099.000,– op haar bankrekening hebben staan.

Tussen FC Den Bosch en de licentiecommissie is een verschil van inzicht ontstaan over de interpretatie van het plan van aanpak en in navolging daarvan, de procesgang die de licentiecommissie hanteert. Deze laatste is in de ogen van de clubleiding van FC Den Bosch “volstrekt absurd en niet uit te leggen nu FC Den Bosch wel aan het door haar opgestelde plan van aanpak voldoet en de continuïteit van de club niet in gevaar komt ”.

Geschil 1: normstelling personeelskosten
Omtrent de normstelling ‘personeelskosten’ schuilt het bezwaar van FC Den Bosch met name in de peildatum van 1 november 2019. FC Den Bosch is van mening dat de datum waarop deze opgelegde normstelling wordt getoetst, niet in lijn is met de afspraken die voortkomen uit het plan van aanpak. Die gaan immers over een geheel seizoen en niet over een momentopname nog vóór de transferperiode in de winterstop. Dit terwijl het een reële verwachting was – hetgeen ook is gebleken – dat het bedrag tijdens de winterstop naar beneden bijgesteld zou kunnen worden tot maximaal het normbedrag, zoals dat bepaald is voorafgaand aan dit seizoen. FC Den Bosch vindt het op z’n zachtst gezegd ook niet getuigen van ‘inzicht in de normale bedrijfsvoering bij een BVO’ dat de commissie in plaats van 1 november niet 1 februari, wanneer er duidelijkheid is over mutaties tijdens de wintertransferperiode, hanteert als peildatum.

De Richtlijn (opmaak) plan van aanpak heeft als doel om een licentiehouder die door omstandigheden in het traject van plan aanpak terecht is gekomen, duidelijkheid te verschaffen in de maatregelen en verplichtingen die van toepassing zijn gedurende de looptijd van het plan van aanpak. De licentiecommissie heeft het plan van aanpak van FC Den Bosch dan ook onjuist geïnterpreteerd nu zij op 25 september 2019 aan FC Den Bosch heeft laten weten dat de door FC Den Bosch over het gehele seizoen beoogde personeelskosten, reeds op 1 november 2019 moeten zijn gerealiseerd. Tussen 25 september 2019 en 1 november 2019 kon FC Den Bosch niets meer doen aan de verkeerde interpretatie van de licentiecommissie, noch aan de personeelskosten (de transfer window was op dat moment immers gesloten).

Daarnaast vindt FC Den Bosch de beoogde strafmaat, waarbij de commissie voornemens is om drie punten in mindering te brengen, buitenproportioneel in relatie tot de overschrijding van de normstelling, die op 1 november € 121.000,– bedroeg. Na de mutaties in de wintertransferperiode blijft FC Den Bosch, ongeacht eventuele prestatiebonussen bij deelname aan de Play-Offs, over een heel seizoen en dus in lijn met haar plan van aanpak, namelijk wél binnen de gestelde norm.

Geschil 2: normstelling liquiditeit
Het tweede verschil van inzicht behelst de liquiditeitspositie van FC Den Bosch op 31 december 2019. Conform de normstelling moest de bankstand (aantoonbaar) op die datum minimaal € 1.099.000,– bedragen. De normstelling om te beschikken over voldoende liquide middelen is van belang voor het uitspelen van het seizoen 2019/2020. FC Den Bosch erkent het belang van een bankstand die dit mogelijk maakt, maar betwist de hoogte van het bedrag. In een onderbouwde verklaring heeft
FC Den Bosch de licentiecommissie toegelicht dat het verschil met de werkelijke bankstand ter grootte van € 229.000,–, naar verwachting tijdig wordt ingelopen en er in het vervolg van het seizoen derhalve geen liquiditeitsprobleem ontstaat.

Beoogde sancties
De geschillen tussen club en licentiecommissie kunnen leiden tot het opleggen van een tweetal sancties aan FC Den Bosch. Tegen de eerste sanctie, het overschrijden van de personeelskosten op de peildatum 1 november 2019, is door FC Den Bosch beroep aangetekend. De mondelinge zitting vond plaats op 24 februari jongstleden en de uitspraak volgt – naar alle waarschijnlijkheid – vandaag, maandag 2 maart.

Ten aanzien van het herzieningsverzoek normstelling liquiditeit per 31 december 2019 ontving
FC Den Bosch op woensdag 26 februari jongstleden bericht uit Zeist. De licentiecommissie heeft besloten om het verzoek niet te honoreren. Mocht de licentiecommissie in dit geval ook overgaan tot  het opleggen van een straf, zoals puntenaftrek, dan zal FC Den Bosch eveneens in beroep gaan.

Peter Poirters, portefeuillehouder financiële zaken namens de Raad van Commissarissen van FC Den Bosch: “Een dergelijk starre toepassing van de regelgeving gaat volledig voorbij aan het doel van de regels. De KNVB is er voor de clubs. De opstelling van de licentiecommissie helpt FC Den Bosch echter op geen enkele wijze. Wij hebben er alle begrip voor dat de commissie in het kader van een gezonde bedrijfstak toezicht houdt op het naleven van afspraken met individuele clubs. De licentiecommissie móet er ook op toezien dat een BVO die aan een seizoen begint, niet halverwege omvalt en daardoor het verloop van de competitie beïnvloedt. En ondanks dat wij kunnen aantonen dat de continuïteit niet in het geding is, vindt de licentiecommissie dat zij sancties moet opleggen. Sancties die bovendien geen oplossing bieden voor het probleem dat er in de ogen van de commissie kennelijk is.”

“Daar komt nog bij dat de club mede in de problemen is gekomen doordat het goedkeuringstraject over de overname van de aandelen van de club door Kakhi Jordania zo lang heeft geduurd. FC Den Bosch zit volop in een transitie om in alle opzichten een gezonde club te worden. Daar weet de KNVB alles van, want zij is hierbij nauw betrokken. Wanneer we verkeerd zitten, zoals onlangs met het racisme in ons stadion, dan zullen we niet nalaten dit volmondig te erkennen en de bijbehorende sancties accepteren. Maar de aangekondigde sancties, die in het ergste geval betekenen dat wij zes punten in mindering krijgen, kunnen wij niet zomaar accepteren. Dit is simpelweg niet uit te leggen richting staf, spelers, supporters en medewerkers van de club. Het zou een grote schande zijn wanneer de commissies van de bond hiertoe besluiten over te gaan”, aldus Poirters.

Het is nog niet bekend wanneer de beroepszitting over de normstelling liquiditeit plaatsvindt.
Voor wat betreft de beoogde sanctie normstelling personeelskosten rekent FC Den Bosch op begrip van de Beroepscommissie Betaald Voetbal, die binnenkort uitspraak doet. Poirters: “Men zou zich meer moeten richten op het doel van de regels in plaats zich te verschuilen achter de strikt formeel juridische interpretatie.”

Dat FC Den Bosch niet de enige club is die met deze problematiek kampt, blijkt wel uit de kwestie waarbij de licentiecommissie Roda JC een wedstrijdpunt wilde afnemen, omdat een handtekening onder een garantstelling ontbrak. ‘Met een principiële klacht bij de beroepscommissie heeft Roda JC zich verzet tegen de grondhouding van de licentiecommissie dat met een juridische bril wordt gezocht naar onvolkomenheden, in plaats van dat zij onderkent dat de continuïteit van Roda JC werd verzekerd’.  De klacht van Roda JC werd door de beroepscommissie gehonoreerd. FC Den Bosch hoopt dat de beroepscommissie bij haar hetzelfde zal doen.

FC Den Bosch is inmiddels een lobby gestart om de gewraakte regelgeving veranderd te krijgen. Hiervoor moet het onderwerp allereerst op de agenda van de algemene ledenvergadering van de CED en de Eredivisie, de organen van het betaalde voetbal in Nederland.