Aan het woord is Bert Ruijsch, echte Bosschenaar en voetbal­dier. Hij is terug van lang weg geweest, nu als manager voet­balzaken. Aan het einde van de vorige eeuw was hij nog be­trokken bij de voorlaatste promotie van FC Den Bosch naar de Eredivisie. Bert was assistent-trainer tussen 1995 en 2000. Daarna verdiende hij zijn sporen in het amateurvoetbal als trainer. Nu is hij nog trainer bij hoofdklasser UDI ’19, daarvoor onder meer van hoofdklasser Gemert, met welke club hij in 2010 landskampioen bij de amateurs werd.

Opleidingscompetitie
Bert is als geen ander in staat het verschil te duiden tussen het amateur- en het betaald voetbal. “Er is veel veranderd in de verhouding tussen de top van het amateurvoetbal en de Ju­piler League. Vroeger, zeg een jaar of vijftien geleden, kwam het nog voor dat een oude rot uit de Eredivisie afbouwde in de Jupiler league. Denk aan Harry van der Laan en zo zijn er nog wel meer te noemen. Dat doen ze nu niet meer. Ze spelen liever bij de amateurs op een behoorlijk niveau. Dan verdienen ze aardig bij en ze kunnen gewoon werken aan hun maatschap­pelijke loopbaan. Ze tillen zo het niveau van de amateurs aar­dig omhoog”.

“We zijn voortaan een opleidingscom­petitie van aanstormend talent. Die jonkies zijn natuurlijk meer gefocust op voetbal. Ze zijn natuurlijk ook wel meer ge­motiveerd, ambitieuzer ook, willen omhoog. Eigenlijk probe­ren ze een droom waar te maken, die van zichzelf en wellicht ook van de ouders. Zo hoog mogelijk reiken met voetbal. Maar zover zijn ze nog niet. Volgens mij wordt het niveauverschil tussen Eerste Divisie en de top van het amateurvoetbal steeds kleiner.”

Wereldprestatie
Op het moment dat dit artikel geschreven wordt is er nog veel onduidelijkheid over de mogelijkheden van FC Den Bosch op weg naar het nieuwe seizoen. Maar vooruit dan maar. Bert: “Natuurlijk willen wij de nacompetitie halen. De kans is groot dat we het overgrote deel van de selectie, zeg 18 tot 19 spelers, bij elkaar houden. Nou, da’s dan mooi. Halen we met enkele versterkingen de nacompetitie dan durf ik dat nu al een we­reldprestatie te noemen gezien tegenstanders als NEC, Roda JC, FC Twente en Sparta. Het wordt leuker maar ook veel moei­lijker.”  Bert voegt eraan toe: “Mocht de club door een externe financier een flinke impuls krijgen, ja dan komt het anders te liggen, dan moet nacompetitie gewoon. Dan zijn we het aan onze stand verplicht.”

Nieuwe stap
Waarom wordt een trainer voetbalmanager? Bert hierover: “Ik was toe aan deze stap. Voetbalmanager is een baan vol nieuwe dynamiek in vergelijking met het trainerschap. Nu help ik de trainer als het ware ontzorgen. Hij moet zich op de selectie kunnen richten, de ontwikkeling van de spelers en de presta­ties in het veld. Met al het gedoe rondom de club – M-sideperi­kelen en grote tekort – heeft Wil Boessen al heel wat goeds op gang gebracht. Daar moet ie mee door kunnen gaan.”

Alles daar rondom heen, onderhandelen, besprekingen voeren met zaakwaarnemers en voetbalmakelaars, dat is aan de ma­nager voetbalzaken. Bert hierover: “Ik weet bijvoorbeeld wat voor kaf er onder het koren zit onder de makelaars, je voelt aan wie de cowboys en wie de verantwoordelijke mensen zijn. Ik ben ook nauw betrokken bij de spelersverkoop en aankoop. Maar je doet het samen met de jeugdopleiding, technische staf, de scouts, de adviseur technische zaken in de Raad voor Commissarissen (Jan Gösgens jr.), kenners als Jan van Grins­ven en Wim van der Horst en natuurlijk Paul van der Kraan.”

Wat wordt de aanpak van Bert Ruijsch? “Ik ben niet de man van wipperdewap, ik ging als trainer voor complementariteit tus­sen de spelers. Ze moeten elkaar aanvullen en dan krijg je een team, balans ook. Niet zomaar veranderen en dus niet zomaar aan- of verkopen. Je houdt rekening met de hele context, de aanpak en de persoon van de trainer, de mogelijkheden van de club, wie past in het team, de plek van de jeugdopleiding.” En als uitsmijter: “werken aan stabiliteit in de organisatie en een eerlijk verwachtingspatroon creëren naar onze trouwe supporters.”