Het is hét voetbalverhaal van dit roerige seizoen. Jort van der Sande, exponent uit de eigen Bossche jeugdopleiding, startte in de competitie alleen de eerste en allerlaatste wedstrijd in de basis. Twee andere centrumspitsen werden bij de selectie gehaald. En Jort moest het doen met een rol als invaller. Oorlog maken, de bal vast houden, storen, duels aangaan en scoren. Hij vervulde die rol met glans. Maar een basisplaats bleef uit. De publiekslieveling bleef een ware supersub. In de laatste competitiewedstrijd en in de eerste halve finale in de Play-Offs bleek ‘die Rooie’ dan echt eerste keus op de nummer 9 positie. En wordt de geboren Bosschenaar tijdens de uitsmijter van het seizoen dan toch beloond voor zijn harde werken.

Je begon in de voorbereiding als eerste spits.
“Het seizoen begon natuurlijk met een hele kleine selectie. Toen was er geen sprake van de invloed van Kakhi Jordania. In de voorbereiding was ik eerste spits. Rond de start van de competitie is eigenlijk een hele nieuwe selectie ontstaan. Maar ik begon nog wel in de basis als spits in de eerste competitiewedstrijd van het seizoen tegen FC Volendam uit. Maar de tweede wedstrijd niet meer. Vanaf toen speelde Rauno Sappinen in de punt. En kreeg ik een andere rol. Die van invaller. Dan moet je die rol zo goed mogelijk invullen. En op een gegeven moment kreeg ik de naam dat – als ik inviel – ik het vrij goed deed. Dat ging eigenlijk prima. En de resultaten waren ook goed. Dus er was ook geen reden om iets aan te passen in de opstelling. Natuurlijk wilde ik op dat moment ook het liefste in de basis staan. Maar ik had elke wedstrijd gegarandeerd speelminuten. Dus de situatie was makkelijker te verkroppen, omdat ik wist dat ik eerste invaller was.”

Hoe was het voor jou dat er met Vincent Vermeij nog een spits bijkwam in de winterstop?
“De geruchten gingen al langer dat de club en trainer Wil Boessen een nieuwe spits wilden. En de trainer sprak het op een gegeven moment ook naar buiten uit. Concurrentie is goed. Maar je wil natuurlijk wel zo hoog mogelijk in die rangschikking staan. En je weet dat als er een nieuwe spits wordt gehaald, je waarschijnlijk een stapje naar achteren wordt gezet. Maar dat gebeurt en dat is voetbal. Op papier ontstond er een nieuwe hiërarchie. Toch leek het in eerste instantie nog niet zo heel veel uit te maken. Want ik bleef invallen. Dus de situatie veranderde voor mij persoonlijk niet zo heel veel. Ik bleef min of meer in dezelfde situatie als voor de winterstop.”

Totdat je een aantal wedstrijden achter elkaar niet meer inviel. Juist terwijl de ploeg niet goed draaide.
“Ik maakte toen zes wedstrijden achter elkaar helemaal geen minuten. Dat was geen fijne periode. Dan ga je twijfelen. Ik train hard en ik probeer het zo goed mogelijk in te vullen, maar ik kom er maar niet in. Vooral niet als je bedenkt dat je daarvoor er altijd in kwam en het wel goed invulde. Het hele team draaide niet meer. Terwijl we als winterkampioen de tweede seizoenshelft ingingen. Supporters gaan dan ook vergelijken. Wat hadden we daarvoor en wat was er voor de winter wel en nu niet. En Vincent Vermeij is daar de dupe van geworden. Omdat hij eigenlijk de enige speler was, die er nu wel in stond en voor de winter niet. Het is goed dat hij vertrouwen kreeg, want dat is belangrijk voor een spits. En dat is niet erg als er niemand aan de deur klopt. Maar op een gegeven moment ging het tegen hem werken dat er van de staf veel vertrouwen in kwam, maar er weerstand kwam vanuit de supporters. Dat was voor niemand een fijne situatie.”

Voelde je nieuwe kansen toen de trainer werd ontslagen?
“De assistenten werden verantwoordelijk. Erik van der Ven heeft een eigen visie, Paul Beekmans ook. Dus toen Boessen ontslagen werd, wist ik dat het zou kunnen betekenen dat er nieuwe kansen voor mij zouden kunnen komen. Maar het had ook zo kunnen zijn, dat zij het nog minder in mij zagen zitten dan de eerdere trainer.”

Hun eerste wedstrijd aan de leiding kozen zij voor schaduwspits Stefano Beltrame in de punt, tegen Roda JC uit. Kwam dat hard aan?
“Natuurlijk kwam die keuze wel binnen. Ik dacht wel: ‘Jeetje we hebben al drie echte centrumspitsen in de groep. En als Stefano nou ook nog in dat rijtje komt, dan raakt je dat wel even. Maar tactisch vond ik hun keuze ook wel te verklaren. En ik had ondanks die opstelling  wel het idee dat er wat was veranderd. Ik kreeg namelijk de indruk dat er al getwijfeld werd om mij erin te zetten. Bij tactische trainingen bijvoorbeeld kwam ik af en toe al in het elftal wat potentieel ging spelen. Ik kreeg zo nu en dan het goede kleur hesje aan, haha.”

De trainers kregen gelijk. Winst bij Roda JC.
“Het betekende het omslagpunt. We zaten daarvoor in zo’n slechte fase, met zoveel puntverlies. En die Play-Offs kwamen er bijna aan. Dus als de trainer dan weggaat, heeft iedereen wel zoiets dat het nu wel echt moet gaan gebeuren. En als speler weet je gewoon dat één wedstrijd dan al het omslagpunt kan zijn.”

 

De wedstrijd erna, de laatste van het reguliere seizoen, thuis tegen Go Ahead Eagles, kreeg je de felbegeerde basisplaats. Had je dat verwacht?
“Ik kon er niet teveel waarde aan hechten, maar gedurende de week voor die wedstrijd kreeg ik al steeds meer het idee dat het wel eens kon gaan gebeuren. De woensdag voor het duel speelden we elf tegen elf en toen werd het me steeds meer duidelijk. Of ik had die partij heel slecht moeten invullen, haha. Daags voor het duel werd het officieel bevestigd.”

Het was zover. In de basis.
“Ja het is wel echt een hele bijzondere situatie. Je speelt de eerste en de laatste wedstrijd van  de competitie in de basis. En daartussen niet. Ik hoop dat het niet zo is dat het al die maanden ertussen nooit ter sprake is gekomen. Ik hoop echt dat de staf in het ‘trainershokje’ vaker heeft overwogen om mij te laten beginnen.”

Voelde je druk toen je de laatste competitiewedstrijd wel mocht beginnen?
“Ik heb niet zo heel veel last van wedstrijddruk. Dat voel ik niet zo. En ik heb ook niet veel te verliezen, had ik het idee. Ik zag het echt als een win-win-kans. Als ik het goed zou doen, zou ik dikke kans maken om in de Play-Offs te starten. Zou ik het slechter invullen, zou ik mijn oude rol weer moeten oppakken. Dus ik had er vooral veel zin in en zag het als mogelijkheid om te laten zien dat ik wel degelijk in de basis kan starten.”

Voelde je wel eens twijfel of je alleen geschikt was als supersub?
“Ik zou het erg vinden als er gedacht werd: ‘Hij komt er in en begint te stormen en te rennen en te doen en dat heeft effect. Maar als je hem vanaf de eerste minuut laat beginnen, is het niks.’ Dat hoorde ik nog wel eens gezegd worden over mij. En dat vind ik wel bijzonder. Want vorig jaar heb ik ook een groot deel in de basis gespeeld en voor mijn gevoel heb ik dat vrij goed gedaan. Maar ja, dat werd misschien minder breed gedragen dan ik dacht, haha. Mijn ouders en ik waren misschien de enigen, die daar zo over dachten, haha.”

Wat vond je van je rol als invaller?
“Natuurlijk wil je in de basis starten. Maar invallen is wel leuk. Want de entree die je hebt als je start, die is er niet. Je loopt normaal met elf man het veld op, je geeft handjes en je begint. Maar als je invalt, dan sta je aan de kant. Vooral naarmate ik meer inviel, merkten supporters dat er iets ging gebeuren. Dat voelde ik zelf aan de zijlijn ook. Ik merkte dat aan de hele sfeer in het stadion, alsof er een nieuwe wedstrijd ontstaat. Dat is bijzonder aan invallen. De opdracht is altijd duidelijk. Ik hoefde alleen maar te zorgen dat ik mijn tank van 90 minuten in een kwartier leeg trok. Dat is invallen ook. Je kunt niet behoudend gaan spelen. Als een trainer mij brengt, is het de bedoeling dat ik scoor en onrust veroorzaak bij de tegenstander.”

De wedstrijd na het laatste competitieduel, afgelopen zondag tegen Go Ahead, speelde je wederom in de basis. Is dat heel anders spelen voor jou dan als invaller?
“Zondag wisten we dat de Eagles zouden komen. Dat is wel 100 keer aangegeven door de staf. Dus ik kon als basisspeler niet als een blinde tekeer gaan voorin. Als ik inval en er zijn nog maar tien minuten te gaan en ik zweet nog niet bij wijze van spreken, nou geloof me maar, dan ga ik die keeper wel even opjagen. Maar dat moet ik in zo’n wedstrijd niet doen. Verder blijf ik hetzelfde type speler als bij mijn invalbeurten.”

Hoe bevrijdend was het dat je zondag de openingstreffer maakte?
“Niet echt. Ik heb niet zo’n bewijsdrang richting de buitenwacht. Maar ik ben spits, ik start, en dan wordt er wel van mij verwacht dat ik scoor. Dus het was wel lekker dat ik zo vroeg in de wedstrijd een goal maakte.”

Hoe kijk je uit naar morgen?
“Vol vertrouwen. Maar we zijn er ons ook van bewust dat we een hele moeilijke wedstrijd gehad hebben in Deventer. Maar wij spelen nu thuis, dus het wordt niet zo’n zelfde wedstrijd als afgelopen zondag. Het is gewoon totaal niet te voorspellen. De Play-Offs vormen een competitie op zich. Eigenlijk zijn het wedstrijden van 180 minuten, alles beslissend. Zeg het maar, niemand die het weet. Morgen is nu de finale voor ons. Wij hebben twee uitgoals gemaakt. Dat is een voordeel. Als we 0-0 of 1-1 gelijkspelen, zijn wij door. Bij winst sowieso ook. Als we de nul weten te houden, zijn wij ook door.”

Wat wordt de tactiek morgen?
“Dat houden we voor onszelf. Maar de trainers doen dat goed en betrekken de spelers echt in de tactiek.”

Zijn ze ook veel met jou bezig nu je basisspeler bent?
“Nou het is niet zo dat ze dagelijks met mij aan een tafeltje zitten en vragen ‘Hoe wil jij dat we spelen, Jort?’ Maar dat doe je ook niet met een speler die pas net in de basis staat. Dus ik heb niet het idee dat ze heel erg met mij bezig zijn. We zijn een team. En het in de basis staan op zich geeft al vertrouwen. Maar ik ben nog niet zover dat ik het idee heb dat ik sowieso speel als ik een keertje slecht train, haha.”

Op die trainingen ben je altijd heel erg aanwezig.
“Ja, ik ben best wel gepassioneerd. Ook in de kleine dingen. Sommigen kunnen een rondo spelen en daar heel luchtig over doen. Als ze dan iets teveel rondspelen naar mijn mening, dan kan er nog weleens een balletje het stadion uitvliegen als ik in het midden sta, haha. Ik ben niet boos dan. Maar ik wil een statement maken. Ik zit ook alweer vijf jaar bij het eerste. Dus ik voel wel dat ik iets kan zeggen. En binnen het veld kan ik wel gek worden, zeg maar. Misschien als je andere spelers spreekt dat zij zeggen: ‘Nou die Jort kan zich zo aanstellen in de rondo, haha.’ Maar ik hou gewoon van beleving. Stel je speelt een kleine partij en er komt iemand maar half door. Als er dan iemand anders tussenkomt met een sliding en die pakt hem, vind ik dat fantastisch. Als je dat soort momenten heel erg weet te beleven, krijg je daar echt een teamgevoel van.”

Buiten het veld val je ook op met je droge humor.
“Ja dat klopt wel… Ik ben vrij droog. Als mensen iets verkeerds zeggen, een taalfoutje maken, dan vind ik dat ook wel prettig om ze te verbeteren en daar heel overdreven op in te gaan. Plezier staat bij mij heel hoog in het vaandel. We hebben echt een fijne groep en veel lol met elkaar.”

Hoe zie je de rol van Van der Ven en Beekmans daarin?
“Als je het hele jaar assistent bent geweest en je bent ineens hoofdtrainer, is het anders. Als assistent heb je toch een andere rol. Dan ben je degene tegen wie spelers nog wel eens aanzeuren. En ik was benieuwd hoe ze dat als eindverantwoordelijken zouden oppakken. En ik vind dat ze dat heel goed doen. Ze plaatsen zichzelf niet in één keer omhoog. Dat is belangrijk. Ze hebben de juiste balans gevonden tussen autoriteit en hun voormalige rol.”

Waarom denk je dat zo populair bent bij de supporters?
“Het is denk ik niet alleen mijn manier van spelen. Natuurlijk wordt hard werken gewaardeerd. Als je als supporter naar een wedstrijd kijkt, dan denk je: ‘Als ik er nu zou inkomen, dan zou ik er eentje om ver schoppen. En dan zou ik gaan rennen en duels aangaan’. Dus als er dan iemand het veld in komt, die de beuk erin gooit, vinden ze dat mooi. Ze kunnen zich identificeren met mijn speelstijl. Maar het komt ook, omdat ik hier al zo lang voetbal. Ik loop hier vanaf mijn tiende en ik ken best veel mensen. Ook supporters van de M-Side. Die ken ik vanuit de jeugd. Iedereen kent mij in ieder geval. Als supporters dan die band voelen, scheelt dat veel. Het is veel makkelijker om iemand af te kraken die je niet kent. Dat werkt in mijn voordeel.”

Doen we je tekort als we het alleen maar hebben over je harde werken?
“Ik zat niet bij een profclub als dat het enige was wat ik kan. Zo lopen er duizenden rond in Nederland. Het is wel zo dat ik harder werk dan dat ik goed kan voetballen. En dat wil niet zeggen dat ik niet goed kan voetballen. Een voorbeeld op hoger niveau is Dirk Kuyt. Niemand zegt over hem: ‘Oh fantastische voetballer was dat’. Ze zeggen alleen maar: ‘Die kon blijven gaan.’ Maar dat wil niet zeggen dat Kuyt niet heel goed kon voetballen. Van mijn teamgenoten zal niemand zeggen dat je Jort geen bal moet geven. Tenminste dat hoop ik, haha. Maar ik kan de bal ook niet vasthouden, als ik helemaal geen techniek zou hebben.”

Je kwam 13 jaar geleden bij FC Den Bosch voetballen bij de D onder 11. En je bent de enige van die lichting die nu nog in het eerste elftal speelt. Had je toen gedacht dat jij degene was, die het zou halen?
“Nee. Dat had niemand gedacht! Dat weet ik zeker. Ik zat laatst nog mijn oude evaluatieformulieren van de jeugd te bekijken. En in elk rapport staat dat ik een dromer was en niet hard werkte. En ik was zwak in de duels. Dat vond ik zelf helemaal niet trouwens. Maar het oogde nonchalant. Alsof het me niet uitmaakte of ik de bal wel of niet had. Laatst zag ik oude beelden terug. Nou echt verschrikkelijk. Ik won geen enkel duel. Nu snap ik mijn jeugdspelers beter. Ik ben namelijk assistent-trainer van de FC Den Bosch-jeugd onder 12. En ik heb wat meer begrip voor ze nu, haha.”

Wat voor assistent-trainer ben je?
“Ik ben vrij mild en heel erg bezig met het individu. Ik ben geen trainer die het geheel graag bekijkt. Ik heb zelf natuurlijk alle jeugdteams doorlopen. Op deze leeftijd vind ik het belangrijk dat ze als voetballer beter worden. Een hoofdtrainer richt zich vooral op de ontwikkeling als team en kan zich niet alleen op het individu focussen.”

Verwacht je van je jeugdspelers dat ze hard werken zoals jij?
“Ik probeer spelers die dat wat minder hebben wel te stimuleren. Want diegenen die niet zo hard werken, zullen wel heel erg goed moeten kunnen voetballen om het te redden. Want later als ze in Onder 16 of 17 komen, is hard werken echt een vereiste. Maar ja, ik kan dus ook niet tegen ze zeggen dat ik dat vroeger wel deed. Dat zou een beetje hypocriet zijn, haha.”

Je contract met FC Den Bosch loopt op 30 juni 2019 af. Wat kun je daarover zeggen?
“Heel weinig. Er wordt naar mij uitgesproken dat de club tevreden is. Maar voor iedereen is alles onzeker. Er zijn vier scenario’s. Promoveren met en zonder Kakhi Jordania. Of de Keuken Kampioen Divisie met of zonder Kakhi. Voor alle spelers geldt dat, maar ook voor alle mensen in de organisatie. De vraag is: in welke scenario pas ik? Maar hoe dan ook, welk scenario het ook wordt, ik moet sowieso presteren. Vlammen dus morgen tegen Go Ahead Eagles.”