Binnen het jeugdvoetbal delen we kinderen in op basis van geboortejaar: van 1 januari tot en met 31 december. Dat lijkt logisch en overzichtelijk, maar deze indeling zorgt ook voor een structureel effect dat vaak wordt onderschat: het geboortemaandeffect.
Het geboortemaandeffect betekent dat kinderen die vroeg in het kalenderjaar geboren zijn, binnen dezelfde leeftijdscategorie een ontwikkelingsvoorsprong kunnen hebben ten opzichte van kinderen die later in datzelfde jaar zijn geboren. Deze voorsprong ontstaat niet door meer talent, maar door meer (leef)tijd om te groeien en zich te ontwikkelen.
Hoe groot is het verschil in de onderbouw?
Het effect wordt vooral zichtbaar in de onderbouw. Neem een team in de Onder 7. Een kind dat in januari geboren is, is op dat moment 6 jaar en 11 maanden oud. Een kind dat in december geboren is, is net 6 jaar. Dat verschil van 11 maanden lijkt klein maar in verhouding tot hun totale leven is het aanzienlijk.
Een verschil van 11 maanden op een leeftijd van 6 jaar betekent dat het oudste kind bijna 15% langer heeft geleefd dan het jongste kind in dezelfde leeftijdscategorie. In die extra maanden ontwikkelen kinderen zich op meerdere vlakken tegelijk: motorisch, fysiek, cognitief en sociaal-emotioneel. Het is daarom logisch dat oudere kinderen binnen een team vaak sneller, sterker en zelfverzekerder overkomen.
Wat betekent dit in de praktijk van voetbal?
Tijdens trainingen en wedstrijden zien trainer/coaches deze verschillen terug in wat spelers laten zien. Oudere spelers vallen vaker op, winnen vaker duels en lijken makkelijker mee te kunnen in het spel. Onbewust worden zij daardoor sneller als ‘talentvol’ gezien.
Selectie op jonge leeftijd gebeurt daardoor vaak op basis van huidige prestaties in plaats van op ontwikkelpotentie. Spelers die vroeg worden geselecteerd komen terecht in omgevingen met meer trainingsuren, betere begeleiding en hogere weerstand. Hierdoor neemt hun ontwikkelingsvoorsprong verder toe, terwijl laat geboren spelers juist minder kansen krijgen om zich te laten zien.
Een bekend effect, niet gebonden aan één club of land
Het geboortemaandeffect is geen typisch Nederlands verschijnsel en ook niet uniek voor één club. Onderzoek laat zien dat dit effect zichtbaar is in jeugdopleidingen, amateurverenigingen, profcompetities en nationale jeugdselecties in veel verschillende landen (Helsen, Van Winckel & Williams, 2005; Cobley et al., 2009).
Het ontstaat niet door slechte bedoelingen of verkeerde keuzes. Maar door de manier waarop jeugdvoetbal structureel is ingericht.
“Het systeem beloont vroege ontwikkeling, terwijl latere ontwikkeling minder ruimte krijgt”

Afbeelding 1: KNVB onderzoek naar het geboortemaandeffect
Ook zichtbaar bij FC Den Bosch
Ook binnen FC Den Bosch zien we deze verdeling terug. Wanneer we kijken naar de geboortemaanden van de spelers in FC Den Bosch 1, ontstaat het volgende beeld: 36% van de spelers is geboren in het eerste kwartaal (Q1) van het jaar, 24% in het tweede kwartaal (Q2), 28% in het derde kwartaal (Q3) en 12% in het vierde kwartaal (Q4).
Deze cijfers zeggen niets over individuele kwaliteiten of bewuste selectiekeuzes in het verleden. Ze laten vooral zien dat ook op het hoogste niveau spelers die vroeg in het jaar geboren zijn, relatief vaker doorstromen. Daarmee sluiten ze aan bij wat in wetenschappelijk onderzoek al langere tijd wordt beschreven.
Wat betekent dit voor clubs en opleidingen?
Het herkennen van het geboortemaandeffect vraagt niet om het volledig loslaten van selectie of competitie. Het vraagt vooral om bewustwording en het maken van bewuste keuzes. Belangrijk daarbij is dat er geen universele oplossingbestaat. Wat werkt, is sterk afhankelijk van de context: de grootte van de club, de visie, het opleidingsniveau en de fase waarin spelers zich bevinden.
Om clubs en opleidingen hierin te ondersteunen, heeft de KNVB onderzoek laten uitvoeren naar mogelijke oplossingen voor het geboortemaandeffect. In dit onderzoek werden 134 aangedragen oplossingen geanalyseerd en samengebracht in dertien categorieën, verdeeld over drie hoofdthema’s: gedragsverandering, regelgeving en competitiestructuur (KNVB, via Voetbalvaria.nl).
Hieronder worden de belangrijkste en meest toepasbare oplossingsrichtingen toegelicht, bedoeld als inspiratie.
1. Oplossingen gericht op gedragsverandering
Voorlichting en educatie
Bewustwording is een van de krachtigste instrumenten. Door trainers, begeleiders en ouders te informeren over wat het geboortemaandeffect is en welke gevolgen het heeft, verandert de manier waarop prestaties worden geïnterpreteerd. Onderzoek laat zien dat alleen al kennis van het effect kan leiden tot andere keuzes in beoordeling en selectie (Musch & Grondin, 2001).
Benadrukken van leeftijdsverschillen
Het expliciet zichtbaar maken van relatieve leeftijdsverschillen helpt om prestaties beter te duiden. Denk hierbij aan eenvoudige middelen zoals genummerde hesjes of het benoemen van geboortekwartalen binnen een team. Hierdoor wordt duidelijk dat verschillen in niveau niet alleen voortkomen uit talent, maar ook uit leeftijd en ontwikkeling.
Later beginnen met selecteren
Een veelgenoemde oplossing is het uitstellen van selectie. Door pas op latere leeftijd te starten met vaste selectieteams, krijgen spelers meer tijd om zich breed te ontwikkelen en wordt vroeg specialiseren voorkomen.
2. Oplossingen via regelgeving en selectiebeleid
Gemiddelde teamleeftijd
Bij het samenstellen van teams kan worden gewerkt met een vooraf bepaalde gemiddelde teamleeftijd. Dit voorkomt dat een team uitsluitend bestaat uit relatief oude spelers en dwingt tot een meer evenwichtige samenstelling.
Geboortemaand- of kwartaalquota
Een andere mogelijkheid is het werken met quota, waarbij uit ieder kwartaal of iedere geboortemaand een gelijk aantal spelers wordt geselecteerd. Dit vergroot de kans dat ook laatgeboren spelers structureel worden meegenomen.
Verruiming van dispensatieregels
Door dispensatieregels ruimer toe te passen, kunnen relatief jonge spelers langer in een lagere leeftijdscategorie blijven spelen. Bijvoorbeeld door spelers uit het laatste kwartaal van O13 toe te staan om (tijdelijk) in O12 uit te komen.
Middelen van biologische en chronologische leeftijd
Bij deze aanpak wordt gekeken naar de fysieke ontwikkeling van spelers, bijvoorbeeld op basis van lengte. De biologische leeftijd wordt gekoppeld aan een bijbehorende kalenderleeftijd, waarna teams worden ingedeeld op basis van deze ontwikkelleeftijd. Dit helpt om fysieke verschillen eerlijker te verdelen.
Corrigerende aanpassingen van prestaties
Prestaties kunnen worden gecorrigeerd op basis van leeftijd op een vaste peildatum, zoals 1 januari. Hierdoor wordt beter zichtbaar hoe spelers presteren in verhouding tot hun relatieve leeftijd.
Gebruik van testscores
Door objectieve tests (zoals sprint-, kracht- of technische tests) te gebruiken, kunnen prestaties losser worden gezien van leeftijd en fysieke rijpheid. Dit kan helpen bij eerlijkere teamindelingen en beoordelingen.
Tot slot
Het geboortemaandeffect maakt duidelijk dat verschillen in jeugdvoetbal niet altijd iets zeggen over talent, maar vaak over timing en ontwikkeling. Door hier bewust mee om te gaan, kunnen clubs en opleidingen zorgen voor meer gelijke kansen, meer spelplezier en minder uitval. Niet door alles rigoureus te veranderen, maar door ontwikkeling centraal te stellen en ruimte te laten voor verschillende groeipaden.
Wil je hier meer over weten, advies ontvangen of eens sparren over wat in jouw club of opleiding passend is? Neem dan contact op via regioplan@fcdenbosch.nl.

Afbeelding 2: KNVB onderzoek binnen O13/O14 divisie 1/2/3

Afbeelding 3: Verschil in geboortemaandeffect van het hoogste team en overige teams

